George Pieterson

George Pieterson over de muziek als heelmeesteres in slechte tijden: Een dirigeerstokje maakt geen geluid

George Pieterson H.G. (klarinet)De route

Ik heb de interessante gang gemaakt van tweede klarinettist bij het Radio Filharmonisch Orkest naar eerste klarinettist bij Het Gelders orkest en vervolgens naar eerste klarinettist bij het Rotterdams Philharmonisch. Mijn leraar Jos D'Hondt vond dat als je eerste wilt worden, je eigenlijk eerst naar een ander orkest moet gaan en dan terugkomen. Als je namelijk als tweede goed functioneert, denken ze meestal “laat hem nou maar zitten anders gaan we de hele boel overhoop halen”. In de praktijk bleek dat voor mij een goed advies. Vergeet echter niet dat Rotterdam in de jaren 60 nog een provincieorkest was. Maar Jean Fournet, die ik zeer waardeerde, was er dirigent en mijn makker Edo de Waart werd er dirigent. En toen in bovendien die nieuwe zaal van De Doelen zag, was ik overtuigd. Nadat ik daar een aantal dynamische jaren had doorgebracht, volgde in 1975 het Concertgebouworkest. Dat was een vreemde gewaarwording. In Rotterdam was ik een gevierd man, maar hier vond men dat ik eerst maar eens iets moest laten horen. Achteraf gezien een hele verfrissende ervaring.

Over dirigenten

'Bernard Haitink is voor mij altijd een grote drijfveer geweest. Dus toen hij vertrok was ik zeer geëmotioneerd. Te geëmotioneerd wellicht, want ik begreep niet hoe dat kon gebeuren; Haitink weg bij het KCO! Maar gelukkig waren er in die tijd ook mensen die wat meer afstand konden bewaren. Ik ben blij dat hij nu eredirigent is, want hij vertegenwoordigt een belangrijk stuk orkestgeschiedenis.'

'Vervolgens kwam Chailly. Die heeft ons heel flexibel gemaakt, het repertoire verbreed en de snelheid van werken verhoogd. Een virtuoos dirigent. Zijn Italiaanse opera's, daar kreeg ik kippenvel bij. Hoe die man bovendien zo'n enorme groep medewerkers onder controle weet te houden...verbluffend.'

'Een goede dirigent is in de eerste plaats een goed muzikant en het liefst een musicus die ook aan de andere kant van de dirigeerlessenaar heeft gezeten. Ik merk altijd het verschil tussen een dirigent die wel en die niet in een orkest heeft gespeeld. Heeft hij geen orkestervaring dan is de kans groot dat hij te ver van de spelersproblemen is verwijderd en daardoor onvoldoende inzicht heeft in de moeilijkheden van het vak. En bij voorkeur moet hij een strijker zijn. Want daarvan zijn er het meeste in een orkest en bovendien vormen strijkers als groep één bepaalde stem. Als individu in die groep kun je dus niet plotseling iets anders gaan doen dan de anderen, dus zo'n groep moet goed gestuurd worden. Daarnaast heeft zo'n dirigent gevoel voor stokvoering, zodat hij niet midden in een lange streek van het strijkorkest de zaak afhakt. Hoe meer gevoel een dirigent voor strijkinstrumenten heeft, hoe beter het is.'

'En verder moet een dirigent tamelijk eigenwijs zijn, want hij staat oog in oog met meer dan honderd musici die allemaal wat anders willen. Nu is het goed als een dirigent ook eens naar een andere mening luistert dan de zijne, maar uiteindelijk moet hij doen wat hij zelf in zijn hoofd heeft.'

De baas en toch niet

'Het is merkwaardig hoe dat proces werkt. Eén man is de baas, maar in wezen is hij dat helemaal niet, want de werkelijke baas is de partituur. En dan zijn er dirigenten die respect hebben voor de componist en je hebt er die de partituur gebruiken ter meerdere glorie van zichzelf. Een dirigent moet voor de muziek gaan en niet voor iets anders. Kijk, soms zitten er zo'n 120 musici op het podium en die kunnen niet onderling gaan bepalen hoe er gespeeld moet worden. Iedereen vindt zichzelf wijzer en beter dan de dirigent, maar er moet iemand zijn die die neuzen dezelfde kant op krijgt. En een goede dirigent is iemand die dat van nature kan.'

'Ik herinner mij de dag dat Nikolaus Harnoncourt voor het eerst bij ons kwam. De repetitie begon, hij keek met die grote ogen van hem het orkest aan en gaf vervolgens een opmaat die niets te maken had met het tempo dat daarop volgde. Wij wisten niet waar we kijken moesten. Maar daarna had hij een pakkend en menselijk verhaal, over waarom hij dat zo deed en dat het absoluut niet anders kon. Toen dat vruchten bleek af te werpen, legde iedereen zich er bij neer en dacht: “Oh, nou ja, het klopt eigenlijk niet maar zo moet het dan maar”.'

Nooit doen

'Ik kan het zelf wel een beetje begrijpen en gelukkig gebeurt het maar weinig, maar wat een dirigent nooit mag doen, is het volgende: als door een wesp gestoken reageren als er tijdens een concert een ongelukje plaatsvindt. Daarmee laat hij demonstratief weten dat er iets vreselijks gebeurde. Het gevolg ervan is een niet te stoppen sneeuwbaleffect van onheil. Want door de schrik of de verontwaardiging gaat een ander orkestlid ook in de fout, en dan weer iemand anders, enzovoort. Ik heb dat tot rampen zien leiden. Luister, het is en blijft een menselijk proces en dat orkestlid maakt die fout natuurlijk niet voor de lol. Het is bovendien onrechtvaardig, want met zo'n opgeklopte reactie wordt die man of vrouw uiteindelijk publiekelijk te kakken gezet.'

Hier en nu

George Pieterson'De jonge mensen in ons orkest zijn ongelofelijk goed opgeleid. Hoog speelniveau, flexibel en snel van begrip. Ik weet nog dat ik in de jaren 60 voor de eerste keer de Sacre du printemps speelde met het Radio Filharmonisch Orkest. Dat was toen nog geen repertoirestuk. Iedereen lag voortdurend uit de bocht en nu draaien ze hun hand er niet meer voor om. Begrijp me goed, vroeger gebeurden er prachtige dingen. Ik draai veel oude opnemen om de klank te beluisteren, maar speeltechnisch gezien is er heel wat veranderd.'

'Er zij meer dingen anders geworden. Vroeger, bij het Nederlands Blazers Ensemble, moest je alles zelf doen. Je lessenaar opruimen, je muziek bij elkaar zoeken, zulke zaken. Die persoonlijke verantwoording heb ik altijd als prettig ervaren. Zorgen dat je op tijd bent, dat je voorbereid bent. Maar tegenwoordig is het zo'n Rolls-Royce-gebeuren dat ik wel eens het gevoel krijg, dat de musici tegenwoordig minder betrokken zijn bij het wordingsproces van het totaal. Onderwijl zijn de tijden economisch harder geworden. Er is in de loop der tijd hard gevochten voor onze belangen en verworvenheden, en die staan inmiddels weer eens onder grote druk. Kijk dan gaat het solidariteitsbeginsel weer tellen.'

Tenslotte

'Vijfenveertig dienstjaren heb ik inmiddels achter de rug. Ik was nog maar achttien toen ik in een orkest ging spelen. Mijn vader moest mee om het contract te tekenen, want ik was nog niet gerechtigd. En ik kan niet anders zeggen, ik kijk met ongelofelijk veel plezier op die lange tijd terug. Er waren prachtige ups maar helaas ook nare downs. Zoals in de tijd dat ik kanker kreeg en vreselijk ziek werd van de therapie. Zoiets grijpt diep op je in. Ik kwam niet meer buiten, nam de telefoon niet meer op, at blikvoer om maar geen boodschappen te hoeven doen. Maar toen ik mentaal op een dieptepunt was beland, heb ik op een dag mijn klarinet weer gepakt en ben dwars door mijn depressie heen gaan spelen. Toen bleek dat ik door de muziek de kracht kon ontwikkelen om terug te komen. Zij gaf mij weer ruggengraat. En het orkest heeft daarop fantastisch gereageerd. Er was in de orkestbak van het Muziektheater een vluchtweggetje voor mij geregeld, voor als ik het niet meer kon uithouden. Dat is twee keer gebeurd. En Harnoncourt, die ons in die periode dirigeerde, keek dan weg en ging met een andere orkestgroep aan het werk. Dat vond ik zo sympathiek, daar ben ik hem nog altijd dankbaar voor. Enfin, ik wil maar zeggen, wij hebben een dirigent nodig. Maar dirigenten moeten wel altijd blijven beseffen dat we elkaar nodig hebben. Een dirigeerstokje maakt geen geluid.

Niels Le Large

Symfonische muziekpagina's - 2004

Auteur
Niels Le Large
Details
George Pieterson (H.G.)