Vereniging Gepensioneerden Koninklijk Concertgebouworkest

Over de mensen

Caroline Strumphler heeft zigeunerbloed

De muzikale levensloop van violiste Caroline Strumphler

 

Grootmoeder van moederskant was er één, een heftig vioolspelende, warmbloedige zigeunerin. Je zou het niet zeggen als je Caroline in de helderblauwe ogen kijkt, maar qua karakter juist weer wel: eigenzinnig en gepassioneerd voert zij sinds 1989 de tweede violen van ons orkest aan..

Mensen Caroline Strumphler 1

 Warm nest

Als jongste van een gezin met vier kinderen blikt ze terug op een gelukkige jeugd. ‘Mijn ouders, beiden arts van beroep, hebben ons een zeer brede opvoeding gegeven. Doordeweeks werden we behoorlijk aan ons lot overgelaten, mijn ouders hadden een drukke praktijk. Maar in het weekend was er ruimschoots aandacht voor kunst, natuur, lezen en politiek bewustzijn.’ Ze stamt zowel van vaders- als van moederskant van een familie die al generaties lang musici voortgebracht heeft, professionals en fervente amateurs. De eerste Strumphler, de beroemde orgelbouwer, vestigde zich in 1760 vanuit Lippstadt an der Lippe in Nederland. Caroline’s zus Esther speelde jaren fluit in het Radio Filharmonisch Orkest en achterneef Jan Strumphler is strijkstokkenbouwer in Vleuten. Samen met haar vader op de cello en haar moeder aan de piano heeft ze menig zondag doorgebracht met het spelen van pianotrio’s. Aan tante Saar Strumphler, decennia lang harpiste in ons orkest, heeft ze de beste herinneringen: ‘Wij woonden in een klein dorpje in de Achterhoek waar nooit iets gebeurde. Als klein meisje mocht ik in de vakanties bij tante Saar in Loenersloot logeren, die mij dan meenam naar de repetities in het Concertgebouw. Daar heb ik ook David Oistrach horen spelen en bij Bernard Haitink op schoot gezeten. Maar wat de grootste indruk op mij maakte waren al die violisten die allemaal tegelijk dezelfde kant op streken. Heerlijk leek me dat, in zo’n leger mee te mogen spelen.’

Drie keer drie is negen

Na de vooropleiding bij Maarten Veeze aan het Conservatorium van Enschede kwam de beroemde vioolpedagoog Ramy Shevelov op haar pad. Ze stond op het punt naar Israël af te reizen toen bleek dat hij juist dat jaar aan de Hochschule in Hannover les zou gaan geven. ‘Shevelov leerde me luisteren, mijn voorstellingsvermogen te ontwikkelen en kleuren te maken.’ Ze zou drie jaar bij hem blijven om vervolgens drie jaar aan haar techniek te schaven bij Herman Krebbers in Amsterdam. Na haar eindexamen volgden wederom drie leerzame jaren, dit maal in Boston bij Masuko Ushioda. ‘Zij is heel bepalend geweest voor de ontwikkeling van mijn muzikaliteit. In die tijd speelde ik ook weer enorm veel kamermuziek. Mijn strijkkwartet, dat de titel ‘New England Conservatory Honors Stringquartet’ won, werd gecoacht door beroemdheden zoals Eugene Lehner van het Kolisch Quartet en violist Louis Krasner (die de premières van zowel het vioolconcert van Alban Berg als Arnold Schönberg op zijn naam heeft staan). Het was een tijd vol nieuwe ervaringen.’

Orkestperikelen

Terug in Nederland lonkte de baan bij het KCO. Daar kwam ze terecht in een mannenbolwerk. Het was niet makkelijk: ‘Men moest even wennen aan een vrouwelijke aanvoerder, dacht zelfs mij tegen mijn verantwoordelijkheden te moeten beschermen. In de loop der jaren is er wat dat betreft gelukkig veel veranderd.’ Ze wordt enorm geïnspireerd door de musici om haar heen. ‘Ik merk dat ik me onbewust laat meeslepen door de vaardigheden van mijn collega’s, zoals de prachtige toonvorming van Henk Rubingh en de zilverachtige klank van Liviu Prunaru. Bij toonvorming speelt het instrument dat je bespeelt vanzelfsprekend een grote rol. Jarenlang heb ik op mijn eigen gezonde ‘maakt niet uit welk weer het is’ Italiaanse Scarampella gespeeld. Tegenwoordig bespeel ik de Joseph Guarneri waar wijlen Johan Kracht jaren op heeft gespeeld. Een weerbarstig dametje, het is echt een uitdaging om het goede geluid eruit te krijgen.’ Van al het prachtig orkestrepertoire dat er is, speelt ze het liefst Gustav Mahler, zoals laatst de Negende met dirigent Daniele Gatti, en de symfonieën van Johannes Brahms. ‘De tweede vioolpartijen van die componisten zijn ongeëvenaard interessant.’ Ze heeft een uitgesproken hekel aan dirigenten die achter het orkest aan slaan. ‘Een dirigent moet een visie hebben en zorgen dat iedereen die visie respecteert, waarbij gevoel voor stijl een grote rol speelt. Je kunt Franse muziek niet op dezelfde manier dirigeren als Sjostakovitsj.’

Keuzes maken

Eenmaal aangenomen bleef Caroline veel kamermuziek spelen. Ze richtte samen met violiste Henriëtte Luytjes, altvioliste Eva Müller en celliste Tanya Tomkins het Eurydice Strijkkwartet op. Vijf jaar lang speelden ze samen en namen een aantal cd’s op. Toen kwam ook voor haar het moment van keuzes maken. ‘Het is onmogelijk om op hoog niveau strijkkwartet te spelen, een orkestbaan te hebben en er voor je gezin te zijn. Uiteindelijk viel de keus op orkest en gezin.’ Dat neemt natuurlijk niet weg dat ze regelmatig te horen is met wisselende kamermuziekformaties. Een belangrijke missie ziet ze ook in het lesgeven. ‘Ik heb ongelofelijk veel geleerd van de lessen van al mijn bijzondere leraren, en ik vind dat ik daar iets van door moet geven aan de volgende generatie.’

Mensen Caroline Strumphler 2

 Toekomst

 Er breken sombere tijden aan voor de klassieke muziek. Subsidies verdwijnen, orkesten worden opgeheven. ‘Klassieke muziek uit de tijd? Kom nou, de piramides in Egypte zijn toch ook niet uit de tijd? Bovendien is het aanraken van het verleden juist uiterst fascinerend. Wel denk ik dat we voorzichtig moeten zijn. Het eens zo machtige Imperium Romanum is uiteindelijk ook gevallen. Des te meer moeten we ons best doen ons publiek te bereiken. Soms denk ik dat we ons niet genoeg realiseren dat we voor hen spelen en niet alleen voor ons zelf. We moeten uit onze ivoren toren komen, aanraakbaarder worden. We zouden ons bijvoorbeeld meer kunnen mengen met het publiek tijdens de pauzes. Verder is het belangrijk om te investeren in de jeugd. We zouden schoolprojecten kunnen doen, waarbij de programma’s toegelicht worden door musici van het orkest met uiteindelijk een concertbezoek als bekroning.’

Diepe concentratie

Het mooiste van muziek maken, of het nu met een kleiner of groter ensemble is, vindt ze het gezamenlijk in diepe concentratie opgaan in een kunstwerk. Dezelfde voldoening kan ze ook vinden in de schoonheid van de natuur, op wandeltocht met haar gezin in de bergen en tijdens het paardrijden samen met haar dochter Francisca. En als ze niet voor de muziek gekozen had, dan was ze advocaat van kwaaie zaken geworden: ‘Neem nooit genoegen met het meest voor de hand liggende antwoord, graaf altijd dieper en zorg dat je breed geïnformeerd bent.’ •

Anna de Vey Mestdagh       Kcourant december 2012