Vereniging Gepensioneerden Koninklijk Concertgebouworkest

Over de mensen

Gesprek met slagwerker/voorzitter Herman Rieken

'Meer wisselwerking tussen orkestleden en bestuur.'

 

 Mensen Herman Rieken 1 2007

In zijn sfeervolle huis aan de Amsterdamse Kanaalstraat praat Petra van der Heide met Herman Rieken over hun gemeenschappelijke achtergrond in Bussum, zijn uitbundige slagwerkverleden en zijn betrokkenheid bij het orkest. Zijn motto: er moet meer wisselwerking komen tussen bestuur en orkest. Daarnaast biedt hij een kijkje in de slagwerkkeuken. Herman Rieken is geboren in 1961 in Bussum.




Op zijn vijfde jaar belandde hij al bij de drumband van zijn tante. Toen hij ging zeuren over een elektronisch orgel, vonden zijn ouders dat hij eerst op pianoles moest. Herman herinnert zich: ‘Mijn moeder zegt dat ik altijd al aan het trommelen was. Dat ging ik gaandeweg écht leuk vinden en op straat bij de drumband was ik één van de besten. Ondanks de apenpakjes die we droegen (waarmee ik op school wel eens gepest werd), hield ik het vol tot ik muziek ging studeren. Op mijn vijftiende ging ik met de tamboerinstructeur van de vereniging zelfs ‘op cursus’.

 

'In Nederland besliste men destijds dat het niveau van de lessen bij de Ha(rmonie en)Fa(nfare) omhoog moest. Die cursus was echter matig, maar ik vond het leuk en het heeft me gestimuleerd om er mee door te gaan. Tijdens de laatste schooljaren op het Willem de Zwijger College in Bussum, deed ik de vooropleiding aan het Hilversums Conservatorium bij Wim Koopman, slagwerker bij het Radio Kamer Orkest.'

'Alles ging goed en de bedoeling was na het eindexamen naar het eerste jaar te gaan. Maar ik zakte voor mijn examen, ook voor de herexamens, terwijl de studie al aan de gang was. Toen werd ik teruggefloten door mijn ouders die vonden dat ik eerst mijn school af moest maken. In Hilversum vonden ze het allang best; die wilden ook zo wel met mij aan de slag.'

Algemeen Groepsfoto pauken/slagwerk 2008

'Tegen het einde van mijn schooltijd werd ik door de adjunct-directrice van de Bussumse muziekschool met Jan Pustjens [slagwerker KCO en docent Sweelinck Conservatorium, red] in contact gebracht. Ze was bevriend met mijn ouders en tevens met Jan. Samen reden we in haar rode eend naar Amsterdam en gingen eten bij een Chinees op de Wallen. Vóór die tijd was ik waarschijnlijk één keer in Artis geweest; verder was Amsterdam groot en onbereikbaar voor ons uit het dorp Bussum. Heel spannend vond ik dat. Jan vertelde honderduit over instrumenten en muziek en liet mij de slagwerkafdeling zien in de tegenwoordige Rode Hoed. Ik klapperde met mijn oren en keek mijn ogen uit.'

(Oud)Paukenisten en slagwerkers 2008.
Vlnr: Sjoerd van den Berg (PR), Nick Woud, Gustavo
Gimeno, Mark Braafhart, Jan Pustjens, Herman Rieken,
Ruud van den Brink, Marinus Komst (de jonge), Niels
Le Large en
Gerard Schoonenberg.

 

'Na de zomer, nu echt begonnen aan de vakopleiding in Hilversum, nodigde Jan me uit om met hem en een groepje studenten mee te gaan naar een slagwerkfestival in New York. Ook Douwe Zuidema en Marinus Komst waren erbij. Ik had de tijd van mijn leven en nadien nog maar één ding in mijn hoofd: ik MOET naar Amsterdam… Op mijn achttiende ging ik studeren bij Jan Pustjens en Jan Labordus: een fantastische combinatie van leraren. Jan Labordus was een monument op paukengebied, een intuïtief soort musicus. Hij was een emotionele man die niet goed kon uitleggen hoe hij iets deed. “Kijk en luister maar” was zijn advies als hij iets voorspeelde. Jan Pustjens was veel preciezer en breed georiënteerd; hij vernieuwde de slagwerkcultuur in Nederland. Hij haalde mensen naar ons land die iets te vertellen hadden en reisde zelf de hele wereld over.'

'Eenmaal op het conservatorium van Amsterdam, raakte mijn leven in een stroomversnelling. Binnen korte tijd schnabbelde ik bij diverse orkesten en na niet al te lange tijd ook bij het Concertgebouworkest. Ik herinner me mijn eerste week bij het orkest nog zó goed: het was september 1981. Het orkest speelde de Eerste symfonie van Otto Ketting en Haitink dirigeerde. De partij was niet moeilijk maar er zaten nog al wat maatwisselingen in. Haitink versloeg zich en ik raakte er helemaal uit; ik dacht dat ik me verspeeld had! Ik liep verbouwereerd naar Jan om dat op te biechten. Gelukkig deed Jan daar heel luchtig over: “Och, het gebeurt wel vaker dat een dirigent ernaast zit, maar wij spelen dan gewoon door!”'

'Naast Jan Labordus zaten Gerard Schoonenberg, Ruud van den Brink en Niels Le Large in het orkest en er waren geen vacatures. Wel werd ik vaste remplaçant toen er behoefte was aan een extra man en kon ik bijna mijn 25-jarig jubileum vieren toen ik er in 2002 inrolde.’

 Mensen Herman Rieken 2 2007

'Ben je nu anders betrokken bij het orkest sinds je in vaste dienst bent en deel uitmaakt van het bestuur?'

‘Je hoort er als remplaçant nooit helemaal bij, ook al ken je veel mensen zo goed. Ik herinner me dat we soms van het podium moesten als er mededelingen gedaan werden die niet voor remplaçanten bestemd waren. Ook stond ik vaak per ongeluk op orkestfoto’s en werkte ik al mee aan vele Kerstmatinees. Maar mijn interesse in het orkest was altijd enorm. Ik heb veel opnamen en naslagwerken van en over het orkest en snuffelde in antiquariaten naar andere leuke boekjes. Toen ik twee jaar geleden gevraagd werd voor het Verenigingsbestuur, leek het me leuk om meer te weten te komen over die organisatie en daar je mening over te mogen geven.'

'Ik vind het belangrijk dat zoveel mogelijk groepen vertegenwoordigd zijn in het bestuur, want iedereen levert een bijdrage vanuit zijn eigen interessen en referentiekader. Ik probeer me ook altijd te blijven afvragen waar ik eigenlijk de mening op baseer die ik uitdraag in het bestuur. Natuurlijk praat je met collega’s, in eerste instantie uit je eigen groep. Maar ik zou wensen dat er meer wisselwerking komt tussen orkestleden en bestuursleden. Zelden word ik aangesproken in mijn functie als VB-lid [verenigignsbestuur, red] over wat er gaande is. Misschien zouden de gesprekken in de kantine meer kunnen gaan over wat ons bezighoudt, bijvoorbeeld over de toekomst van het orkest: hoe ziet de toekomst eruit, waar gaan we naartoe met zijn allen, in plaats van: die dirigent slaat de maatwisselingen niet duidelijk. Ook wil ik collega’s aanmoedigen om zelf het gesprek aan te gaan met de orkestleiding als er dingen zijn die hen bezig houden en het VB niet als tussenpersoon te gebruiken. Daar is het VB niet voor.’

 

'Kijk je vanuit je unieke positie als slagwerker anders aan tegen orkestwerk dan je collega’s?'

‘Natuurlijk voelt het anders als je minder noten speelt dan de rest van het orkest, maar jouw enige noot wel op een zilveren dienblaadje ligt. Een andere moeilijkheid van slagwerk spelen is dat je vaak instrumenten moet bespelen die je niet echt hebt geleerd. De enige link is dan dat je met stokjes ergens op slaat. De hoeveelheid te bespelen instrumenten is tegelijk het moeilijke en leuke aan het vak. Ik bezit een zeker organisatietalent, daarom is het slagwerkspelen aan mij wel besteed. Dat talent kan ik ook kwijt in mijn taak als indeler van de groep. Het uitpuzzelen van de ideale indeling van de partijen lijkt soms een soort van Sudoku. Er bestaat een naslagwerk van de bezettingen van de meest gangbare werken, maar ik ben het niet altijd eens met die indelingen. Het is ideaal als de partijen in een slagwerkpartituurtje zijn gedrukt, maar bij werken van Ravel zijn de partijen meestal los uitgegeven. Dan leg ik ze allemaal op een rij en begin te puzzelen na het bestuderen van de partituur, op zoek naar de drukstbezette plek. Zo zou ik volgens het boekje voor de opera die we nu spelen elf slagwerkers nodig hebben gehad terwijl het in de rest van de opera met minder kan. Dan ga ik verder kijken wie iets zou kunnen combineren met een ander instrument. Zo ben ik eerder een zuinige indeler dan een royale. We spelen de opera nu met acht mensen.’

 

'Blijft er nog tijd over voor andere dingen?'

'Als ik niet speel, ben ik thuis bij mijn gezin. Vroeger schnabbelde ik overal en deed ik veel met de Nieuwe Slagwerkgroep Amsterdam. Tot een paar jaar geleden heb ik daarin meegespeeld en daarmee de hele wereld gezien. Mijn leven draaide om slagwerk en het was prachtig. Toen negen jaar geleden onze eerste zoon geboren werd - en zeven jaar geleden de tweede - ging ik thuis meer doen: nu is het tijd voor mijn gezin. Mijn vrouw geeft yogales op tijden dat ik thuis ben, we hebben dus weinig extra hulp nodig. Organisatorische dingen voor het orkest of het VB kan ik thuis doen aan de keukentafel. Alles bij elkaar bevalt me dat prima.

 

Petra van der Heide

Kcourant juni 2007

Details
Herman Rieken