Vereniging Gepensioneerden Koninklijk Concertgebouworkest

Over de mensen

Hans Vader: "Muziek was altijd de hoofdzaak"

Hans Vader over 40 jaar KCO en kunstgeschiedenis

Peter Steinmann had een interview met Hans Vader, die veertig jaar deel heeft uitgemaakt van de cellogroep, hoewel hem dat niet is aan te zien. Hij vertelt graag hoe hij dat heeft beleefd.

Mensen Hans Vader 2011


‘Als je veertig jaar in het Koninklijk Concertgebouworkest hebt gespeeld, heb je een behoorlijk stuk geschiedenis mee helpen schrijven. Dirigenten als Eugene Ormandy, Erich Leinsdorf, Karel Ancˇerl, Antal Doráti, Eugen Jochum en vele anderen, nu een beetje verbleekt in een ver verleden, staan je dan nog helder voor ogen. Ook illustere collega’s uit het orkest zal ik nooit vergeten: Jan Bos, Hubert Barwahser, Herman Krebbers, Jan Visser, Tibor de Machula… ik heb ze veelvuldig mogen horen en heb daar intens van genoten. Dit is maar een greep, er zijn nog heel veel namen te noemen, maar het bewijst één ding: veertig jaar Koninklijk Concertgebouworkest was geweldig en buitengewoon boeiend. Ze zijn omgevlogen.’

Wie waren je eerste collega’s?

‘Het is werkelijk uniek dat drie cellisten uit de klas van één leraar, Carel van Leeuwen Boomkamp in hetzelfde seizoen werden aangenomen. Dat waren Christiaan Norde, Wim Straesser en ik. Bij mijn weten is dat nooit eerder of later gebeurd. Onze leraar gaf les in Utrecht, Den Haag en aan ons in Amsterdam. Hij zei altijd: “In Den Haag heb ik zulke goede leerlingen!” en in Den Haag zei hij: “Wat ik in Amsterdam heb zitten, is geweldig.” Hij speelde ons een beetje tegen elkaar uit. Van Leeuwen Boomkamp was een allround muzikant. Hij is korte tijd solocellist van het Concertgebouworkest geweest in de jaren twintig in de periode-Mengelberg (van 1926-1930, red.). Als negentienjarige jongen kwam hij in het orkest. Mengelberg stelde hem voor met de woorden: “Er ist soeben aus dem Ei gekrochen, spielt aber wunderbar.” Toen wij in het Orkest kwamen, hebben we hem nog één of twee keer meegemaakt, toen hij de gambapartij uit de Matthäus-Passion speelde. Mijn collega’s Edith Neuman en Truus van Tol kwamen ook uit zijn celloklas.’

Kamermuziek

Zoals je in Preludium van juni hebt verteld, vind je kamermuziekspelen heel belangrijk.

‘Kamermuziek maken is het ultieme doel van iedere musicus. Zonder dat red je het ook niet in een orkest. Ik vind nog steeds dat het Orkest daar veel meer medewerking aan zou moeten verlenen, bijvoorbeeld meer vrijgeven voor cursussen, tijd vrijmaken voor het volgen van masterclasses. Je moet dat propageren, dat kweekt alleen maar betere muzikanten.’

Tijdens jouw laatste repetitie, tevens de laatste repetitie van Jan Spronk, memoreerde Sjoerd van den Berg dat er tussen jullie twee overeenkomsten zijn: jullie zijn bescheiden en hebben een positieve instelling. Heb je dat van huis uit meegekregen?

'Ja, dat denk ik wel, ik ben niet zo’n aan-de-weg-timmeraar geweest. Wat ik gedaan heb, heb ik met honderd procent inzet en liefde gedaan. Anders houd je het ook geen veertig jaar vol. De muziek was toch altijd de hoofdzaak waarvoor je hier zat.’

Is er veel veranderd aan de klank van het orkest in veertig jaar?

‘Dat vraag ik me af. De strijkersklank is niet veel veranderd. Misschien is er incidenteel bij de blazers een enkeling, die een andere scholing heeft gehad. Dat zou je kunnen horen, maar dan buigt het toch naar elkaar toe. De klank is ook niet veel veranderd, omdat we in die prachtige zaal spelen. En wat de nieuwe collega’s betreft: men past zich snel aan.’Mensen Hans Vader RS

 

Erg gesteld op reizen

Hoe heb je de tournees ervaren?

‘Die vond ik heerlijk. Ik ben erg gesteld op reizen en houd ervan musea te bezoeken. De eerste vijftien jaar heb ik altijd een kamer gedeeld met Christiaan Norde. Samen met Yke Viersen, ook een collega-cellist, hebben we heel wat uitstapjes gemaakt naar musea en gewandeld in de natuur. We renden de benen uit ons lijf.’

Wat zou je willen spelen als je zelf een programma mocht samenstellen?

‘Ik ben een enorme Mahler-fan. Het wordt dus de Tweede Mahler, en daar hoeft verder niets bij.’

Blijf je nog cellospelen na 1 september?

‘In het Philadelphus Ensemble blijf ik nog een tijdje spelen, hoop ik. Maar meer niet. Ik heb mij ingeschreven voor een cursus kunstgeschiedenis. Ik wil graag een overzicht krijgen. Ik heb het idee dat ik er al veel van afweet. Het is pure interesse.’

Je bent de vrije-beurten-regelaar geweest van de cellogroep?

'Ja, dat heb ik 25 jaar gedaan. En wie schetst mijn verbazing: sinds januari jl. wordt deze regelaar een vergoeding toegekend! Daar heb ik nog vijf maanden van kunnen genieten. Leuk hè?’

 

Zien we je nog wel eens bij de concerten?

‘Ja, ik heb een zondagmiddagabonnement. Daar verheug ik mij ook op.’

Dank

Misschien nog iets te wensen?

'Jazeker, en wel dit: op de receptie na mijn afscheidsconcert is het er niet meer van gekomen nog een kort woord te spreken, terwijl ik me daarop wel had voorbereid. Hoewel ik allen die het woord tot mij hebben gericht persoonlijk heb bedankt, wens ik dat op deze plek nog graag een keer te herhalen. Het is heel bijzonder als je door directie en collega/vrienden op een dergelijke manier wordt toegesproken, en als er dan ook nog door diezelfde collega/vrienden zo voor je wordt gespeeld, is dat buitengewoon emotioneel en zegt mij dunkt wel iets over de sfeer die in het orkest heerst. We doen dit soort dingen voor elkaar en dat is goed. Ik heb me tenminste ontzettend verwend gevoeld op de 22ste juni en ik wil hierbij allen, die daartoe hebben bijgedragen, uit de grond van mijn hart bedanken. Veertig jaar heb ik het heel erg naar mijn zin gehad in het KCO en zoals de meesten al weten, ga ik me nu bezighouden met kunstgeschiedenis, een stap van auditieve schoonheid naar visuele pracht. Er is een klein verschil, een schilderij bekijken doe je bij voorkeur alleen en muziek maken doe je met elkaar. En in dat opzicht zal ik jullie allemaal vreselijk missen.'

Peter Steinmann - Kcourant augustus 2007


Details
Hans Vader (J.P.)