Vereniging Gepensioneerden Koninklijk Concertgebouworkest

Over de mensen

Geert van Keulen over muziek, het orkest en componeren

Er is een gebondenheid op verscheidene niveaus

Geert van Keulen G.S. (basklarinet)Geert studeerde klarinet aan het Muzieklyceum bij Jan Koene. Hij had nooit gedacht dat hij basklarinet zou gaan spelen, maar volgens zijn leraar zat hij dicht bij het vuur, en toenmalig basklarinettist Dick Mesman ging met pensioen. Hij kocht een tweedehandsje en nam les, dook in de basklarinet en deed auditie nog tijdens zijn laatste jaar conservatorium en tadáá: daarmee werd Geert de derde basklarinettist sinds de oprichting van het Orkest. Samen met zijn twee voorgangers heeft hij 120 jaar volgemaakt.

‘Ik vind het een mooi instrument en een mooie positie, misschien niet zo op scherp als de soloblazers, maar wel af en toe hele mooie solo’s. Ik heb zeg maar mijn eigen winkeltje en ben toch niet alleen. Vaak hebben die solo’s dan een dreigend of somber karakter. Maar kijk bijvoorbeeld naar Wagner, hij laat de basklarinet met een duistere sensualiteit tot zijn recht komen. Het instrument is wel groot, soms worden dezelfde capriolen verlangd als bij een klarinet, maar dat is toch net wat lastiger op zo’n groot ding.

Op mijn tweeëntwintigste kwam ik in 1966 als jongste in het Orkest tussen al die heren, met Haitink als chef-dirigent. De generatiewisseling moest nog komen, eigenlijk ook een beetje zoals nu. Ik was getrouwd, had een klein kindje en voelde mij verantwoordelijk voor het voorzien in hun levensonderhoud.

Mijn eerste emotie in het Orkest was: overweldiging al die grote dirigenten. Ik vind het nu nog steeds leuk, maar het heeft ook wel eens zijn mindere kanten, maar met de kennis die ik er nu van heb, zou ik tóch weer hetzelfde vak kiezen. Ik was natuurlijk wel een ‘kritisch jongetje’. De relatie orkestmusicus ten opzichte van een dirigent heeft iets schizofreens. Sommigen denken, soms met recht, het beter te weten dan de dirigent, die ook niet alles kan horen. Ik vind het wel een merkwaardig beroep; je moet leven tussen twee dictators: de dirigent enerzijds en de componist anderzijds. Daar komt een ‘houden van’ bij kijken, denk aan een mooi stuk of een goede dirigent, en een ‘haten’, dat heeft dan ook wel weer te maken met de veeleisendheid van een dirigent of compositie met daarbij eventuele angst dat je iets niet kunt spelen of denkt niet te kunnen spelen.
We bewonderen graag een goede dirigent, deze is vaak ook veeleisend. Of wat dacht je van de eigenlijk absurde situatie van de tempobepaling door een dirigent. Je zou het haast kunnen vergelijken met werken aan een lopende band, die bepaalt jouw werktempo. Bij ons wordt dan ook nog eens bepaald met welke expressie en hoe je iets moet spelen, dat noem ik een soort spagaatpositie. Er is een gebondenheid op verscheidene niveaus. Je hele jaar is ingedeeld aan de leiband van het Orkest. Je hebt het altijd bij je, bijvoorbeeld: geen alcohol drinken overdag; in de vakantie weet je dat je over vijf weken weer in topvorm moet zijn.

Als het goed gaat, beleef je fantastische momenten, muzikale hoogtepunten en de aanwezigheid van het publiek. Iets in de openbaarheid doen en respons krijgen, is natuurlijk geweldig. Ieder heeft zo zijn particuliere stukjes waar hij plezier in heeft. Ook het fysieke samenwerken, samen ademen, op de finish afstormen komt hierbij kijken. Het zijn eigenlijk heel eenvoudige genoegens. Teamsporters hebben dat misschien ook. Naast de gebondenheid ervaar ik ook een zekere vrijheid, de afwisseling maakt het aangenaam. Het is toch heel anders dan de regelmaat van een kantoor. Mijn vrouw is jurist: zij werkt op gezette tijden, maar op een andere manier heeft dat ook wel zijn voordelen.

Geert van KeulenDe vraag die vanzelfsprekend bij mij opkomt is of ik het zal missen als ik met pensioen ga, en dan is het antwoord: ja en nee. Sommige dingen zal ik missen als kiespijn zoals: in de file staan, of af en toe gezeur in het orkest.
Verder waren er momenten, die voor mij muzikaal zeer belangrijk waren zoals de première van mijn eerste en enige opera, die ik heb moeten missen doordat ik in het orkest moest spelen. Daar beklaag ik me niet over. Het is gewoon de consequentie van deze betrekking, maar ik vind het heel fijn als ik daar niet meer aan hoef te voldoen. Het gevoel van geen verplichtingen meer te hebben, daar verlang ik erg naar, dat is dan ook voor mij de belangrijkste reden dat ik voor mijn vijfenzestigste het Orkest verlaat. De kameraadschappelijkheid daarentegen zal ik missen. De ‘jongensclub’ en het eenvoudige muzikantenbestaan. Ik kijk na deze veertig jaar erg uit naar mijn vrijheid. (Geert springt op, maakt een rondedansje en er komt een lichte twinkeling in zijn ogen.)

Dat gevoel van vrijheid ervaar ik in ultieme mate in mijn huis in Zweden. Daar is het heel rustig en stil, prachtig huis, steiger met een bootje, planten, schone natuur en de ruimte. Klussen in huis doe ik erg graag en ik heb daar ruimte voor mijn hobby/obsessie: stoomlocomotieven bouwen. Folkert (Rosing, contrabassist, red.) is mijn leraar op dat gebied, hij heeft me letterlijk op dat spoor gebracht. Ik ben klein begonnen, maar het is al aardig uitgegroeid. Nou gaat het niet zozeer om de treinen als wel het maken van dingen en werken met mooi materiaal, ook als componist! In de tijd dat ik op de middelbare school zat, fascineerde me dat heel erg; ik kom uit een familie van beeldend kunstenaars. Ik stelde mezelf wel voor als scheepsbouwer of architect, maar ben toch op het conservatorium beland. Die jeugdliefdes komen nu weer terug in de vorm van treinen bouwen en componeren. De fascinatie van het werken met machines, mooi gereedschap, het functioneren van machines; vormen en delen die met elkaar samenwerken, met je handen werken, nadenken, met techniek bezig zijn. Kortom, zo ben ik voor honderd procent gelukkig.

In Zweden heb ik nu alles voorbereid, daar heb ik mijn werkplaats. Misschien is het er verder een beetje saai, maar dat kan me niet zoveel schelen, want ik heb genoeg opwinding in mijn hoofd. Het culturele leven is daar wat meer verspreid. Als ik wil kan ik altijd nog naar de opera in Stockholm of Kopenhagen.

Dirigenten

Dit orkest werkt heel erg vanuit eigen standaard, noem het beroepseer, ook al zijn er mindere dirigenten toch wordt er goed gespeeld. Dirigenten bepalen voor een belangrijk deel jouw leven. Ook al weet je het soms beter als je jong en eigenwijs bent, je moet inschikken en dat kan frustrerend zijn. Daarom wordt er ook zoveel gepraat over dirigenten door orkestmusici. Dirigenten die echt iets te vertellen hebben over de te spelen werken, dat zijn voor mij de grote. Zo vond ik Harnoncourt de meest interessante, ook al heb ik niet veel met hem gewerkt in verband met mijn instrument. Hij heeft me echt de ogen geopend; dirigent en orkest zijn er samen voor de compositie. Ieder heeft zo zijn kwaliteiten. Met Haitink heb ik wel de meest fantastische momenten beleefd ook al had ik er wel kritiek op. Nog steeds zie ik hem als een meester in het creëren van een hele bijzondere sfeer. Chailly met zijn geweldige gevoel voor ritme, helderheid. Noem het het zuidelijk Italiaanse licht in zijn manier van dirigeren. Ik heb zelf als componist ervaren dat hij in no-time de essentie van een stuk kan doorzien. Dat was een fijne tijd met hem.

Aanvankelijk was ik wat sceptisch over Jansons, maar ik heb nu enorme waardering voor hem. De repetities zijn erg goed en de speeldiscipline is enorm toegenomen. Ook Bernstein was ongelofelijk. Aan de andere kant vind ik de positie van dirigenten vaak veel te belangrijk vergeleken bij die van het Orkest. Het publiek heeft blijkbaar helden nodig, iemand om hun verering aan op te hangen. Dat geldt soms ook voor componisten. Neem nou Mahler, daar komt het publiek kwijlend op af, volle zalen!

Componeren

Dat brengt mij weer op haat-liefdes. Ieder mens heeft wel meerdere haat-liefdes. Neem nou het componeren. Wat brengt iemand daartoe? Het is namelijk een van de meest pijnlijke bezigheden. Of je nu groot of klein bent, je wordt altijd vergeleken met de allergrootsten. Je schrijft het meest dierbare van jezelf op met als risico dat anderen het maar gepruts vinden. Mogelijk word je afgekraakt in de kranten en door collega’s die beleefd doen of het helemaal niets vinden. Dan hoor je in de wandelgangen: Weer een meesterwerk! Je bent gewoon enorm kwetsbaar als componist. Moedig zijn is een van de hoofdzaken die ik meegeef aan mijn leerlingen. Het risico dat je afgaat is levensgroot aanwezig. Niet bang zijn. In het Orkest word ik dagelijks geconfronteerd en beïnvloed door de allergrootsten van mijn vak, dat laat een diep stempel achter op mijn muzikale voorstellingsvermogen. Toch moet je een eigen stem laten horen. Rokus de Groot heeft onlangs een geleerd artikel geschreven over mijn werken en wat je mijn stijl en techniek zou kunnen noemen.

Moet ik nog iets onaardigs zeggen? Ik vind het Orkest op dit moment zó ontzettend goed! De kwaliteit is zeer hoog. Mijn groep bestaat uit een aantal inspirerende collega’s die me ertoe aanzetten om een laatste eindsprint te maken. Leuk en aangenaam. Wat ik ook een goede ontwikkeling vind, is dat er veel leuke jonge vrouwelijke musici in het orkest zijn gekomen. De sfeer is zo beter in balans in vergelijking met alleen mannen onder elkaar. Hierdoor is er een manier van omgaan met elkaar die positief op het Orkest werkt.’

Edith van Moergastel

Kcourant - oktober 2005

Details
Geert van Keulen (G.S.)