Vereniging Gepensioneerden Koninklijk Concertgebouworkest

Over de mensen

Herinneringen aan Jean Decroos

Jean Decroos (cello)Op 27 april 2008, nog geen76ste verjaardag, overleed onze voormalige eerste solocellist Jean Decroos. Tijdens een recital met zijn vrouw, de pianiste Danièle Dechenne, werd hij kort voor het slotakkoord van het laatste werk, de Sonate voor cello en piano van Prokofjev, plotseling uit het leven getild. Een hartstilstand maakte een abrupt einde aan zijn leven.

Van 1962 tot 1997 was hij solocellist van het Concertgebouworkest. Op zijn vijfenzestigste ging hij na een indrukwekkende staat van dienst met pensioen. Hij werd in Calais geboren en kreeg zijn opleiding aan het Parijse conservatorium bij André Navarra. Hier leerde hij ook Danièle Dechenne kennen. Jeans leermeester had hem geattendeerd op de vacature van solocellist bij het Radio Filharmonisch Orkest. Hij vertrok in 1957, 25 jaar oud, naar Nederland. Vijf jaar later werd hij aangesteld bij het Concertgebouworkest. Bernard Haitink zwaaide er de scepter. Jean bewaarde warme herinneringen aan hem. Hij vroeg eens of zijn tempo in een bepaald werk goed was, Haitink antwoordde ‘het is jouw solo, speel maar’. Dat had hij enorm gewaardeerd. Met Haitink introduceerde hij ook het Celloconcert van Frank Martin bij het Concertgebouworkest. Hij had het concert samen met de componist ingestudeerd. Hij werkte ook graag met dirigenten als Charles Dutoit en Jean Fournet.

Jean excelleerde in het Franse repertoire, Lalo, Saint-Saëns, maar zijn repertoire omvatte ook het Eerste celloconcert van Sjostakovitsj en de concerten van Chatsjatoerian en Dvorák. Hij nam afscheid van het orkest met een schitterende uitvoering van André Caplets Epiphanie. Samen met Herman Krebbers speelde hij het Dubbelconcert van Brahms, en samen met Krebbers en met Danièle Dechenne trad hij op in het Tripelconcert van Beethoven. Bij zijn eerste solistische optreden met het orkest in november 1962 had hij samen met zijn collega’s Herman Krebbers, Haakon Stotijn en Thom de Klerk Haydns Concertante symfonie uitgevoerd.

Kamermuziek was Jean Decroos niet minder dierbaar. Zijn hele loopbaan lang heeft hij samengespeeld met Danièle en vele jaren vormde hij samen met haar en met Herman Krebbers het Guarneri Trio (na Krebbers’ ongeval hebben respectievelijk Mark Lubotsky, Emmy Verhey en Eeva Koskinen zijn plaats ingenomen). Meermalen traden zij op in de Serie Pianotrio’s in de Kleine Zaal. Zij maakten grammofoonopnamen van onder meer trio’s van Fauré en Chausson.

In 1977 richtte hij met zijn collega-cellisten Fred Pot, Yke Viersen en Truus van Tol het Nederlands Cello Kwartet op, dat tot 1988 heeft bestaan. In 1980 maakten zij een grammofoonopname van cellokwartetten van Moór, Koesnetsov en Bartók. In het seizoen van zijn vertrek stonden Jean en zijn vrouw centraal in een programma van de serie Orkestleden voor Vrienden, getiteld ‘Celli per dozijn’. De hele toenmalige cellogroep trad voor het voetlicht. Het programma vermeldde onder meer de Suite voor cellokwartet van Moór, waarin Jean de eerste cellopartij speelde.

Een aantal van zijn leerlingen, die in de loop der jaren zijn collega’s waren geworden in het orkest, bewezen hun vroegere leraar en aanvoerder de laatste eer in Frankrijk: Saskia van Bergen-Boon, Fred Pot, Daniël Esser en Arthur Oomens speelden het langzame deel uit de Suite van Moór en de Romance van Goltermann. Ze kwamen naar St. Sozy, waar het huis van Jean en Danièle staat en waar Jean begraven werd. De begrafenis was om vier uur ’s middags. Er waren veel bloemen, onder andere van het KCO, van het Radio Filharmonisch Orkest en van zijn vrienden. Vanuit Nederland had Gregor Horsch gezorgd voor bloemen namens zijn leerlingen.

‘Het was al die tijd koud geweest, maar toen begon het op te knappen en het werd stralend weer,’ aldus Saskia van Bergen: ‘Toen iedereen was gearriveerd op vrijdagochtend, zijn we naar het huis gegaan en hebben we op Jeans kamer Goltermann en Moór gerepeteerd. Dat was aangrijpend. ’s Middags speelden we op het kerkhof. Voor ons waren vier planken op het gras gelegd. De dienst aan het graf begon met een grammofoonopname van het langzame deel van het Celloconcert van Dvorák met het Residentie Orkest en Jean zelf. Er waren verschillende sprekers, onder wie Paul Peter Spiering, die namens het Concertgebouw Kamerorkest, maar ik zou bijna durven zeggen ook nog een beetje namens het Concertgebouworkest, heeft gesproken. Wij hebben gespeeld, in de zon, met de vogels om ons heen, en waren blij dat we dat voor onze oude leraar konden doen. De dienst werd besloten met een opname van ‘Das Abendrot’ uit Richard Strauss’ Letzte Lieder. Na afloop waren de genodigden, onder wie de kleinzoon van Julius Röntgen, welkom in de tuin van het hotel. Samen met Danièle had Jean onlangs drie cellosonates van Julius Röntgen op cd gezet. Tenslotte kwamen wij met Jeans familie bij elkaar in huize Decroos. Zaterdagochtend is iedereen weer naar het Noorden gereden.’

Truus de Leur

Kcourant - juni 2008

Auteur
Truus de Leur
Details
Jean Decroos