Vereniging Gepensioneerden Koninklijk Concertgebouworkest

Over de mensen

Jan Kouwenhoven over 40 jaar KCO

‘Ga met elkaar in gesprek’

Mensen Jan Kouwenhoven 1

Na meer dan veertig jaar in het Concertgebouworkest te hebben gespeeld gaat hoboïst Jan Kouwenhoven ons binnenkort verlaten. Zijn laatste concert in het Concertgebouw speelt hij op 17 september (2015, red.) aanstaande met dirigent Andris Nelsons. Op het programma staan het Vioolconcert van Bartók en de Zevende symfonie van Sjostakovitsj.

Jan Kouwenhoven: ‘Ik kan me niet voorstellen hoe dat zal voelen, die laatste keer op het grote podium. En wat er daarna staat te gebeuren? Het beruchte zwarte gat? Daar ben ik niet zo bang voor, het is juist mooi om plaats te maken voor de jongste generatie. Die staat, net zoals ikzelf veertig jaar geleden, nu te trappelen om te beginnen.’

Karakter

‘In 1968 dirigeerde Eugen Jochem de Matthäus-Passion. Alle blazerspartijen werden verdubbeld en ik mocht, amper achttien jaar oud, als achtste (!) hoboïst meespelen. Ik had een dubbelgestikt rokkostuum gehuurd en voor mijn gevoel was ik totaal overdressed. Daar zat ik dan naast mijn leraar Cees van der Kraan, toenmalig eerste hoboïst van het Concertgebouworkest. Overdonderd door de kwaliteit van het orkest kon ik mijn geluk dan ook niet op toen ik vijf jaar later werd aangenomen als tweede hoboïst. In die tijd werd er bij proefspelen nog rekening mee gehouden of je karakter wel bij de functie paste. Om je eerlijk te zeggen weet ik niet of ik de baan anders wel gekregen had.’

Gemeenschappelijke euforie

Als je hem vraagt naar de hoogtepunten in al die jaren dan noemt hij gek genoeg geen data, dirigenten of concertzalen, maar beschrijft hij een gevoel dat we allemaal kennen: ‘Het allermooiste vond ik de gemeenschappelijke euforie na heel bijzondere concerten, die overigens vooral op tournee voorkwamen. Dat gevoel, en vooral dat we het allemaal tegelijk voelden, dat zal ik nooit vergeten.’

Emoties omzetten in actie

Na een paar jaar kwam het advies van toenmalig voorzitter Kees Blokker van Vereniging ‘Het Concertgebouworchest’: “Jongen, misschien moet jij eens in het bestuur gaan, je bent zo verlegen. Dan krijg je wat meer contacten.” Het was een schot in de roos. Jan bleek uitermate geschikt voor de verschillende functies van bestuurslid, secretaris en uiteindelijk voorzitter die hij bij de Vereniging en het Stichtingsbestuur zou vervullen.

‘Ik heb er geleerd om strategisch en oplossingsgericht te denken en alle emoties die er spelen in een orkest om te zetten in actie. Mijn belangrijkste taak was het vinden van de balans tussen het behouden van wat goed is en het meebewegen met de tijd. Dat spel heeft me altijd zeer geboeid.’

Zeggingskracht

Sinds de jaren vijftig, na de scheiding van gebouw en orkest, konden orkestleden zitting nemen in het Stichtingsbestuur en kregen dus meer zeggingskracht. In de jaren tachtig kwam er een nieuw soort financiering door middel van sponsering en de eerste ideeën over een orkestacademie kwamen op tafel.

‘Het was ook het begin van de verzakelijking. We konden bijvoorbeeld onmogelijk salarisverhoging krijgen, maar wel meer additionele inkomsten.’

Jan is er vanaf het eerste uur bij geweest en heeft veel bijgedragen aan de discussies, maar voor velen zal hij toch vooral in de herinnering blijven als een begenadigd en humoristisch spreker, van wie we talloze malen hebben kunnen genieten tijdens zijn speeches in de Spiegelzaal. Van enige verlegenheid was toen overigens al lang niets meer te merken.

Mensen Jan Kouwenhoven 2

Baken in de woelige zee

Gevraagd naar de toekomst van het symfonieorkest: ‘Klassieke muziek is zo gedifferentieerd, je hebt zoveel verschillende stijlen, ieder programma is totaal anders van sfeer. Waarom bereikt muziek met zo’n enorme rijkdom dan maar zo’n kleine groep mensen? Is het de Zeitgeist? Zijn de concerten te duur? Is de sfeer te elitair? Maar hij heeft hoop: ‘Misschien zal er ter compensatie van de zapcultuur een behoefte ontstaan aan stilzitten en gewoon luisteren. Als baken in de woelige zee.’

Kwaliteit en geschiktheid

Nu het nog kan wil één ding hem wel van het hart: ‘Ons proefspelsysteem zou volledig op de schop moeten. Uit gemakzucht en verkramping en onder het mom van eerlijkheid zijn we bij een proefspelsysteem beland dat absurde trekjes vertoont. Op grond van irrelevante argumenten zijn allerlei regels bedacht. De commissie is veel te groot, we stemmen anoniem en gaan niet in discussie over kwaliteit en geschiktheid van de kandidaten. Het gevolg is dat er een risico bestaat dat de meest uitgesproken en bijzondere spelers buiten spel komen te staan. Die krijgen immers nooit iedereen op hun hand. Laat de eigen groep maar eens beargumenteren wat van belang is, ga met elkaar in gesprek, verantwoord je stem. Dan weet je echt wat je zoekt als orkest.’

Meisjes imponeren

Als kind was hij dol op de blokfluit. ‘Waar andere jongens probeerden meisjes te imponeren met een gitaar bij het kampvuur, deed ik dat virtuoos riedelend op mijn blokfluit. Ik denk dat ik straks die blokfluit weer eens zal oppakken, net zoals de barokhobo trouwens. Verder blijf ik verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam, waar we bezig zijn met het ontwikkelen van een nieuwe leerweg. Nee hoor, maak je geen zorgen, ik ga niet naast de telefoon zitten wachten.’ •

Door Anna de Vey Mestdagh - Kcourant juni 2015