Vereniging Gepensioneerden Koninklijk Concertgebouworkest

Over ensembles

Het Concertgebouw-Pianokwartet

Een gedreven ensemble...

Concertgebouw PianokwartetDe familie Boon was een muzikale familie. Grootvader Willem werd geboren in Den Helder en leidde er een band c.q. salonorkest, speelde piano bij de stomme film en was muziekleraar. Hij bracht zijn drie kinderen, Klaas en zijn twee zusters, groot met muziek. Ook zijn kleindochter Saskia trad in zijn voetsporen.

Het leek vanzelfsprekend dat de familie, waarvan Klaas en dochter Saskia inmiddels deel uitmaakten van het Concertgebouworkest, ook in familieverband verder zou gaan met musiceren. Na het overlijden van zijn vrouw hertrouwde Klaas met de pianiste Ina Overkamp. Met haar had hij aanvankelijk een duo, en met Ina’s fijnzinnige begeleidingen wist Klaas Boon warme pleidooien te houden voor zijn eigen instrument, de altviool. Een grotere combinatie lag binnen handbereik. Pianotrio’s waren er wel, maar pianokwartetten, waarvoor genoeg repertoire bestond, niet. In het Concertgebouworkest waren goede violisten te over, en met de eerste violist Nobuyuki Shioda als vierde lid van het kwartet werd in 1970 een ensemble geformeerd, dat officieel nog naamloos was, maar in een recensie voorlopig als Boon Kwartet werd aangeduid. Zij presenteerden zich op 17 februari 1970 bij een Vriendenconcert met een programma bestaande uit Fauré’s Eerste kwartet, Mozarts Kwartet KV 493 en het kwartet op. 26 van Brahms. De recensies waren lovend: de magnifiek sonore samenklank van de strijkers werd geprezen, te horen was dat de musici zich grondig hadden voorbereid en men zag reikhalzend uit naar het volgende ‘pianokwartetrecital van dit voortreffelijke gezelschap’.

Het kwartet repeteerde iedere maandag- en donderdagmiddag van 2 tot 5 uur ten huize van Klaas en Ina, ook als er geen concert hoefde te worden voorbereid. Hun indrukwekkende debuut had ten gevolge, dat zij van Het Concertgebouw NV toestemming kregen om zich Concertgebouw-Pianokwartet te noemen. De NV hoopte dat deze naam het ensemble zou inspireren tot de hoogst mogelijke artistieke prestaties, ‘zulks ook in het belang van de instelling wier naam aan die van uw ensemble is verbonden,’ zo schreef de bestuursvoorzitter mr. J.W. de Jong Schouwenburg. De NV werd graag op de hoogte gehouden van concerten, uitvoeringen voor radio of televisie en grammofoonopnamen. Van eventuele opnamen ontving de NV bovendien graag een exemplaar voor haar archief. De toevoeging ‘Concertgebouw’ was van oudsher voorbehouden aan ensembles die uit leden van het Concertgebouworkest bestonden; traditiegetrouw werd voor de pianist een uitzondering gemaakt.

Kunstgenot in intieme sfeer’

Eveneens in 1970 liet het nieuwe kwartet zich met succes horen tijdens het Nachtconcert door ensembles van het Concertgebouworkest in Frascati op 30 oktober 1970. Dit concert was georganiseerd als protest tegen de voorgenomen plannen van de overheid tot herstructurering of samenvoeging van verschillende orkesten ten behoeve van een grondige repertoirevernieuwing. Het ensemble trad meermalen op ten huize van mevrouw Henriette Polak, een van de weinige overgebleven particuliere kunstbeschermsters van de twintigste eeuw. Zij speelden in het Haags Gemeentemuseum, waar zij een Beethoven-programma uitvoerden op historische instrumenten: Ina Overkamp bespeelde een Broadwood-vleugel, Klaas en Saskia twee achttiende-eeuwse instrumenten van Cuypers, en Nobuyuki Shioda een achttiende-eeuwse viool van Lefèbvre in de twee pianokwartetten, die Beethoven als 15-jarige schreef. ‘Kunstgenot in intieme sfeer’ schreef het Haagse dagblad Binnenhof.

De musici hadden niet alleen een minder voor de hand liggend ensemble opgericht, maar begingen daarmee ook nog eens weinig betreden paden. Na Beethovens onbekende jeugdwerken brachten zij bij een recital in de Kleine Zaal voor de Amsterdamse Kunstkring ‘Voor allen een zelden gehoord pianokwartet van de jonge Richard Strauss. ‘Wat zij ook ter hand nemen,’ schreef Lex van Delden naar aanleiding van dit optreden in Het Parool (20-2-1971), ‘het gaat tintelen van leven en levenslust.’ In de kop noemde hij Klaas Boons kwartet ‘een gedroomd ensemble’. Het knipselboek van het gezelschap bevat ook telegrafische gelukwensen van Bernard Haitink, die zijn soloaltist en diens ensemble veel succes wenst. De Nederlandse Mozart-Vereniging nodigde het kwartet uit voor de jaarlijkse Mozart-dag op slot Zeist. Lucia Popp, van wie niemand nog gehoord had, trad er op en het Concertgebouw-Pianokwartet speelde onder andere het Pianokwartet KV 478. In de Kwartetserie van het Concertgebouw in de Kleine Zaal presenteerde het kwartet zich in november 1971 met pianokwartetten van Mendelssohn, Martinů en Schumann. Alkmaar, het Stedelijk Museum in Amsterdam, Enschede, Hoorn, Amstelveen, Deventer, Amersfoort, Rotterdam… het kwartet was op de meest uiteenlopende plaatsen in Nederland te horen, niet te vergeten in Den Helder, waar Klaas Boon was opgegroeid, en in Antwerpen. Hun repertoire breidde zich uit met het Pianokwartet van Rőntgen, een kwartet van Giorgio Ferrari, Camille Saint-Saëns, Johann Schobert en Giulio Viozzi, afgewisseld met de bekende pianokwartetten van Brahms, Fauré en Schumann.

Onconventioneel repertoire

In 1973 voegden zij een wel heel bijzonder werk toe aan hun repertoire: het eendelige Pianokwartet, een ´Bruchstück´, van Gustav Mahler dat, naar men aannam, verloren was gegaan. De toenmalige artistiek leider Marius Flothuis was op onderzoek uitgegaan en de voorzitter van de Internationale Gustav Mahler-Gesellschaft Erwin Ratz had vervolgens het manuscript weten te achterhalen. Flothuis heeft het manuscript uitgewerkt en voor uitvoering geschikt gemaakt. Met toestemming van Mahlers dochter Anna heeft het Concertgebouw-Pianokwartet er een opname van gemaakt, als bijzonder geschenk voor de Donateurs van het Concertgebouworkest. In het platenblad Luister werd een lovende bespreking opgenomen met de waardering: Belang 9 – Uitv. 8 – Opn. 8. De persing liet te wensen over, reden waarom de recensent Cornelis van Zwol de hoop uitspreekt, dat het Pianokwartet op lp - cd´s bestonden nog niet – zal worden uitgebracht: Het kwartet heeft al een dermate onconventioneel repertoire opgebouwd (ik noem slechts het kwartet van Giulio Viozzi uit 1956 en het kwartet opus 41 van Saint-Saëns), dat er met gemak een hele plaat mee te vullen is.´

Bezoeken aan het buitenland begonnen na Antwerpen met een optreden in Sulzbach-Rosenberg in een serie concerten, waarvoor ook het Fine Arts Quartet was uitgenodigd. In het seizoen 1973-1974 trad het kwartet op in Brussel en opnieuw in Antwerpen. Later volgden onder meer Indonesië en Spanje.
In maart 1974 traden zij weer op in de Instrumentale serie in de Amsterdamse Kleine Zaal, waar zij onder andere het voor hen geschreven, aan hen opgedragen en met de componist ingestudeerde Pianokwartet van Henk Badings voor het eerst uitvoerden. ´De staalkaart van speelmanieren had voor het Concertgebouw-Pianokwartet geen geheimen,´ kon Luc van Hasselt schrijven in Het Parool van 22 maart 1974. De strijkers vonden aanwijzingen als ´col legno´, ´werpstreek´ en ´flageolet´ in hun partijen waarmee de componist bijzondere klankeffecten bewerkstelligde. ´Opvallend was niettemin de homogeniteit, waarmee er werd gemusiceerd,´ aldus Trouw van dezelfde datum. De uitvoeringen van Badings´ kwartet en het kwartet zelf werden zeer geapprecieerd. Naast hun recitals speelden zij talrijke studioconcerten voor verschillende radio-omroepen en zij maakten een cd met de twee pianokwartetten van Fauré.

Het Concertgebouw-Pianokwartet bleef bestaan totdat Klaas Boon in 1980 het Concertgebouworkest verliet en met pensioen ging. Intussen had Saskia zich in 1975 teruggetrokken uit het kwartet en had Fred Pot haar plaats ingenomen. Toen Klaas het Concertgebouworkest had verlaten, veranderde het kwartet zijn naam in ´Nederlands Piano Kwartet´.
Klaas was weer viool gaan spelen en formeerde uiteindelijk een pianotrio met Ina en de cellist Sander Westphal, waarmee hij tot 1991, toen hij zijn 76ste verjaardag vierde, is blijven optreden. Met de activiteiten van het Concertgebouw-Pianokwartet hebben de familie Boon, Nobuyuki Shioda en Fred Pot in ruim twintig jaar de diversiteit van het muzikale aanbod in Amsterdam aanmerkelijk verruimd. De leegte, die zij nalieten, is niet opgevuld.

Truus de Leur

Kcourant - oktober 2004

Auteur
Truus de Leur
Details
Saskia van Bergen-Boon
Klaas Boon (K.W.)
Nobuyuki Shioda