Vereniging Gepensioneerden Koninklijk Concertgebouworkest

Over ensembles

Frivolité ensemble

Onder het motto ‘Versiering van het leven’ vormden vier orkestleden in 1973 een fluitkwartet.

Frivolité ensembleOnder het motto ‘Versiering van het leven’ vormden vier orkestleden in 1973 een fluitkwartet. De bedoeling was klassieke muziek uit te voeren, maar ook de lichtere variant ervan, ‘muziek die misschien niet zo belangrijk is, maar toch zeer aangenaam om naar te luisteren,’ zoals men in hun eerste programmaboekjes kon lezen. De naam is aan verandering onderhevig geweest, maar altijd bleef de ondertoon ‘versiering van het leven’ doorklinken; alternatieven waren ‘Guirlande’ of ‘Arabesque’. Voor de leden zelf vormden vriendschapsbanden de basis om ook in hun vrije tijd samen te gaan musiceren. Kirsti Goedhart, viool, Stana van der Valk Bouman-Olleová, altviool, Edith Neuman, cello, en Cecilia Oomes, fluit hadden elkaar in het orkest leren kennen en deelden op buitenlandse tournees twee aan twee een kamer, hetgeen in die tijd gebruikelijk was. Eenpersoonskamers waren luxe. Hun eerste optreden betrof een huisconcert in Hengelo in 1973.

Uitgangspunt voor het repertoire vormde uiteraard de bezetting van het fluitkwartet. ‘Je begint natuurlijk altijd met een Mozart fluitkwartet,’ Kirsti heeft de geschiedenis van het ensemble bijgehouden en laat een stapel foto’s en oude programma’s zien, die de gevarieerde geschiedenis van het ensemble illustreren, ‘maar op dat gebied is er natuurlijk niet veel. We speelden ook trio’s van Max Reger voor fluit, viool en altviool, razend lastige muziek, en we hebben heel veel oude muziek gespeeld, Gyrowetz, Danzi, Pleyel, maar we wilden ook eens iets anders doen dan klassieke muziek, en hoe kom je dan aan repertoire?’ Ruud van den Brink (voormalig slagwerker en pianist van het KCO, red.) was de eerste die bewerkingen voor hen maakte. Hij had een grote kennis van het pianorepertoire en heeft geliefde composities als Lieder ohne Worte van Mendelssohn, Tsjaikovsky en Albéniz aangepast, Cecilia zelf bewerkte Ständchen van Schubert, Reigen seliger Geister van Gluck - ‘dat was altijd een moment van verstilling in het geheel,’ herinnert Edith zich. In later jaren maakte ook Guibert Vrijens bewerkingen. Niet alleen collega-orkestleden togen aan het werk voor de leden van het Frivolité Ensemble, Marius Flothuis, de toenmalige artistiek leider van het orkest, schreef voor ieder van hen een klein solostuk bij de geboorte van hun eerste kind.

Voor de pauze vermeldde het programma gewoonlijk klassieke muziek in originele bezetting, na de pauze kwamen de bewerkingen aan bod. Soms had het programma ook een chronologische opbouw. Begonnen werd bijvoorbeeld met muziek van Michael Praetorius, door Cecilia bewerkt, waarna het programma hoe langer hoe moderner werd om te eindigen met eigentijdse muziek. ‘Geert van Keulen heeft voor ons een prachtig stuk geschreven, Souvenir nostalgique, met voor ieder een karakteristieke solo. Dat hebben wij heel veel gespeeld. Vooral in de Suite hebben wij veel moderne muziek gedaan, onder andere een stuk van Theo Loevendie, dat wij voor het eerst uitvoerden en samen met hem hebben ingestudeerd,’ aldus Kirsti. Ook speelden zij daar onder meer een hobokwartet, Mosaico, van Ton de Kruyf, waarvan de hobopartij door de componist voor fluit werd gezet en dat hij eveneens met hen instudeerde. Omdat Edith Neuman zich altijd voor Nederlandse muziek inzette, doorzocht Cecilia het befaamde archief van Willem Noske. Zij kwam terug met fluitkwartetten van Servaas de Koninck en Christiaan Ernst Graaf, componisten aan het hof van stadhouder Willem V. Die muziek was niet uitgegeven, dus Cecilia kopieerde dat en richtte het voor uitvoering in. Echte hofmuziek. Om in stijl te kunnen optreden, hadden zij in een tweedehandswinkel speciale jurken gekocht, met ruches en kantjes. Daarmee onderstreepten zij bovendien het bijzondere karakter van een ensemble met alleen maar vrouwen, hetgeen toen niet vaak voorkwam. Nu is dat veel gewoner.

Macaroni en cognac

‘Wij hebben vaak op kastelen gespeeld, zoals Het Loo en het Muiderslot, en in een klooster in het Duitse Maulbronn bij Stuttgart. Het concert in het Muiderslot was georganiseerd ter ere van het feit dat Nikolaus Harnoncourt de Erasmusprijs werd uitgereikt. Bij die gelegenheid werkten een zanger en een luitspeler mee. Wij werden vaak ingezet voor feesten en partijen, bij het orkest, bij modeshows, bij het Boekenbal – dat was een fantastische happening,’ zegt Kirsti, bladerend door de programma’s. ‘In deze tijd zou je zulke ensembles absoluut niet meer vragen voor dit soort gelegenheden,’ bedenkt Edith wat spijtig.
Een karakteristiek programma (uitgevoerd in Alkmaar op 26 november 1976) vermeldde:

Pleyel - Fluitkwartet, op. 20 nr. 1
Reger - Serenade, op. 141a (fluittrio)
Villa-Lobos - Assobio a Játo (fluit en cello)
Van Keulen - Souvenir nostalgique

De Koninck - Suite
Gluck - Reigen seliger Geister
Schubert - Ständchen
Tsjaikovsky - Lied van de leeuwerik
Dvorák - Humoresque
Albéniz - Tango


In de plaatselijke krant werd onder de kop ‘Frivoliteiten in de polder’ gemeld dat ‘het Frivolité-Ensemble, bestaande uit vier jonge damesleden van het Concertgebouworkest, zal musiceren.’ Het foto-onderschrift luidt: ‘Een frivool rondedansje van de Frivolité-meisjes.’ In de recensie meldt de Alkmaarse Courant: ‘Er werd professioneel op hoog niveau gemusiceerd. […] Het samenspel sloot perfect, het resultaat van onderling muzikaal begrip en intensieve studie. Het publiek gaf door een langdurige bijval zijn appreciatie te kennen.’

De contacten die tot optredens leidden, liepen vanzelf: ‘Van het een kwam het ander,’ zegt Kirsti. ‘We speelden voor de VPRO en bij het allereerste zondagochtendconcert in de Spiegelzaal, “Für Elise”, dat live werd uitgezonden. We speelden in Arti, samen met een sitarspeler. Leuk om een keer te doen, maar het was geen groot succes.’ Er waren jaren dat het ensemble een kleine dertig concerten gaf.
Een heel bijzonder concert was het zogenaamde Flivolité-concert (sic!), dat rondom het ensemble was georganiseerd door Niels Le Large in de Kleine Zaal, in 1973 of 1974. Ook andere orkestleden, in totaal zo’n twintig musici, werkten mee, onder anderen het fagottrio Takkenbosch, en iedereen liet zich van een ongebruikelijke kant zien. Christiaan Norde speelde gamba in de muzikale nieroperatie van Marin Marais. Een glansrol was weggelegd voor Vera Badings, die prachtig gekostumeerd en met allure als mediterrane badgast optrad.

Opvallend goed gewerkt

Frivolité ensemble‘De repetities waren altijd intensief, in die zin dat er eerst uitgebreid koffie werd gedronken met taart. We waren het nooit met elkaar eens. Uiteindelijk was het meestal Cecilia die de knoop doorhakte. Er werd veel gepraat, het was gezellig en het was superleuk om op te treden.’ Cecilia merkt naar aanleiding van een privé- opname van een van hun optredens die bewaard was gebleven op, dat er toch opvallend goed en gedetailleerd gewerkt was op die repetities.

Een van de hoogtepunten kwam al vroeg in de geschiedenis van het jonge ensemble. In 1974 traden zij tijdens een Japan-tournee van het orkest op voor de Japanse keizer in de Nederlandse ambassade in Tokio. ‘Dat is hier,’ zo licht Kirsti toe, ‘maar je ziet alleen zijn knieën en zijn handjes.’ ‘Ik had een foto waar ik hem een handje gaf,’ valt Edith in, maar haar diepe buiging voor de keizer mislukte, omdat ze huizenhoog boven hem uittorende. Zij hebben vaker onder bijzondere omstandigheden opgetreden, bijvoorbeeld in een etalage: ‘Dat was op het Rokin, daar was een galerie met schilderijen over muziek. We speelden ook bij de presentatie van het nieuwste boek van Herman Pieter de Boer Het damesorkest en andere stadsverhalen. We zijn zelfs een keer naar het buitenland geweest. Dat bleef een uitzondering omdat de planning te ingewikkeld was in verband met de kinderen, die zij inmiddels hadden gekregen. Cecilia had een optreden georganiseerd in een klooster in Maulbronn bij Stuttgart in 1976.’ Dat bracht dan honderd gulden op voor hen vieren. Voor het geld deden ze het beslist niet. De kosten om die oude partijen te laten drukken of te fotokopiëren namen zij voor eigen rekening.

‘Bij Ruuds afscheid hebben wij nog een deuntje gedaan,’ zegt Edith, ‘Cecilia noemde dat altijd deuntjes. En bij Stana’s zestigste verjaardag, begin juni van dit jaar traden wij drieën bij haar thuis op met een Slowaakse volksdans, in kostuum. Zij kon zich niet inhouden en zong uit volle borst mee.’ Dat waren vooralsnog de laatste optredens van het ensemble. De omstandigheden zijn ook veranderd. ‘Vroeger,’ zegt Cecilia, die in Abcoude woont, ‘kon je voor een repetitie gauw even in de auto springen en een kwartier later was je in Amsterdam. Nu kost dat minstens een uur met al die files en het zoeken naar een parkeerplaats.’ En Kirsti stelt vast dat zij bij haar thuis nauwelijks meer zouden kunnen repeteren. Als je al parkeerruimte vindt, kost het handenvol geld.

Truus de Leur
Kcourant - augustus 2005

Auteur
Truus de Leur
Ensembleleden
Kirsti Goedhart (K.J.)
Edith Neuman (E.H.)
Cecilia Oomes (C.M.)
Stana van der Valk Bouman - Olléová